Narratief coachen, de kracht van het zelfverhaal.

 Lees meer

Recensie:

ZWARTE KOFFIE STERKE VERHALEN, 101 politieverhalen, 1001 leerkansen voor iedereen

Een natuurlijke manier om te leren

Recensie door Peter Zomer gepubliceerd in de Narrator, tijdschrift voor ZKM-beoefenaars en in Forum, tijdschrift van de Landelijke Vereniging voor Coaches (LVSC).

Het boek ‘Zwarte koffie, sterke verhalen’ is een bijzonder managementboek. Het is een echt verhalenboek dat wil aanzetten tot reflectie over het werk. Het bevat 101 korte verhalen uit de weerbarstige politiepraktijk, die lezen als een ‘1001 nacht’ over de politie. Elk verhaal brengt een dilemma tot uitdrukking waar dienders en hun chefs in hun werk mee te maken kunnen krijgen.

Waarom zo’n boek? Verhalen kunnen dienen als ‘blikopener’, zoals de auteurs het fraai formuleren. Dat wil zeggen dat ze dienen als startpunt voor reflectie. Een voorbeeld. Verhaal 5 gaat over een Nigeriaan die door twee leden van het Schipholteam wordt aangehouden op verdenking van bolletjesslikken. Een regulier onderzoek ter plekke toont niets aan. Toch zijn de twee maten het roerend eens: een Nigeriaan vanuit Zuid-Amerika moet wel cocaïnebollen geslikt hebben. Ze besluiten hem nog niet de negatieve uitslag van de test te vertellen, maar hem eerst met een ernstig gezicht achter het vingerafdrukkastje te zetten, met het zwarte deurtje ter hoogte van zijn buik. De ene maat ziet gewoon de rommel in het kastje liggen. De andere kijkt de man doordringend aan, en zegt dat hij de bollen in zijn buik ziet zitten. Dan breekt de Nigeriaan. Als de tranen over zijn wangen lopen, bekent hij. En hij blijkt even later inderdaad bolletjes te hebben geslikt.

Dit is een verhaal als uit het dienderleven gegrepen. De auteurs koppelen het aan het thema ‘Moreel handelen’. Verderop in het boek staat de reflectieoefening die de gebruikers van dit boek naar aanleiding van dit verhaal kunnen doen: ‘Waar liggen de grenzen tussen regels en ruimte voor creatief handelen?’; ‘Noem bij dit verhaal eens drie argumenten waarom je het handelen van de verteller correct vindt.’ en ‘Noem ook eens drie argumenten waarom je het handelen van de verteller over de grens vindt gaan. Welke grens? Verwacht je dat de collega’s er net zo over denken?’.

Alle 101 verhalen worden uitgewerkt volgens hetzelfde procedé. Dit betekent dat dienders dit boek kunnen gebruiken in leergesprekken die hen steviger helpen maken, en als persoon en functionaris meer diepgang geven.  Daarmee is het een zeer praktisch boek. Doordat dagelijkse dilemma’s in een verhaal zo voelbaar worden gemaakt, wordt het leren en reflecteren leuk en vanzelfsprekend. Wat nog eens extra helpt, is dat de auteurs de politieorganisatie door en door kennen, en er merkbaar van houden. Daardoor zijn ze in staat om de relevante reflectievragen te stellen die de lerende diender verder helpt.

Tijdens het lezen ervoer ik een stijgende bewondering voor wat politiemensen meemaken. Maar ook vroeg ik me af: is dit boek bruikbaar voor mensen buiten de politie? Wel, in abstracte zin zeker: ook verpleegkundigen zouden, geïnspireerd door dit voorbeeld en geïnstrueerd door de uitleg achter in het boek, verhalen kunnen verzamelen over hun eigen praktijk, en daarover met elkaar in gesprek gaan. Je maakt dan je eigen organisatieverhalen reflectief. Maar ach, los daarvan is dit boek voor iedereen die het leuk vindt een geweldige kennismaking met de politie: het werk, de dilemma’s, de organisatie.

Het boek bevat namelijk ook een soepele beschrijving van het ontstaan van de politie en de politiecultuur, die van oudsher bestaat uit enerzijds de vrijheid van handelen (op straat) en anderzijds een sterk gevoel van hiërarchie (op het bureau). Het is alsof je ineens ‘Baantjer’ en ‘Flikken’ nog beter snapt.

In het laatste deel van het boek, dat gaat over hoe verhalen werken, gaan de auteurs voor het bredere perspectief. Ze laten zien dat samen reflecteren gelijk staat aan collectief leren, bijvoorbeeld in een team, en dat in die gezamenlijke reflectie de hoofdthema’s te ontdekken gelijk staat aan organisatorisch leren. Naar mijn smaak is dit alles nog niet overtuigend uitgewerkt. Dit deel van het boek bevat echter ook interessante passages over humor, cynisme (en hoe af te rekenen met ‘organisatiecynisme’) en meesterschap. De onderliggende dilemma’s en thema’s in de in dit boek verzamelende verhalen worden zo verder verhelderd. Tenslotte blijken de auteurs pioniers op het gebied van ‘zelfsturend leren’. Hier worden ze wat abstract en gaan ze gedragen taal gebruiken, zoals: ‘Zelfsturing: het oer geschenk van de menselijke vrijheid’ of ‘de poort van heling’.

Maar bovenal is het boek licht van toon, praktisch, en in zijn originaliteit geen zware kost. Een aanrader.


 

Recensie:

SAMEN SMEDEN, werken met verhalen uit de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap

Recensie door dr. Toos Huijgevoort, verschenen in het Tijdschrift Narrator voor ZKM-beoefenaars.

Gea Koren & Maria Ratering hebben met: ‘Samen Smeden, werken met verhalen uit de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking’, een inspirerend boek geschreven voor een ieder die werkt met verhalen.

Het is verfrissend om een boek te lezen over ‘de zorg’ dat niet gaat over bezuinigingen, problemen of waarin weer een nieuwe behandelmethode wordt gepresenteerd. Wat mij bijzonder aanspreekt is dat de auteurs zich niet beperken tot het beschrijven en ordenen van verhalen van mensen uit de zorg maar ook hun eigen betrokkenheid laten doorklinken. De kunst van het samensmeden is volgens hen elkaar uitdagen tot persoonlijke ontwikkeling. Zij beschrijven het als een actief proces waar zowel zorgvrager (cliënt) als begeleider (coach) worden uitgedaagd zich te begeven op nieuw, onbekend terrein en eigen grenzen te verleggen. Daar bereik je het ontmoetingspunt waar twee meer weten dan één.  Zij drukken daarmee uit wat een  hulpverleningsrelatie in wezen is namelijk een ontmoeting tussen mensen.

Het boek begint met de verhalen rond vier cliënten, zorgvragers bij Ilmarinen.  Dit is een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Vervolgens worden de persoonlijke verhalen in een bredere context geplaatst en een verbinding gelegd tussen de (antroposofische) praktijk, die oplicht uit de verhalen, met de dynamische kwaliteitszorg. Daarbij wordt uitgegaan van de kernwaarden: verbinden,  ontmoeten, ontwikkelen en organiseren. Ook wordt beschreven hoe verhalen behulpzaam kunnen zijn in de verschillende ontwikkelingsfasen van lerend  werken.

Een van de vele mooie uitspraken die het boek rijk is wil ik eruit lichten:  ‘Tussen licht en schaduw bloeit het individu op. Wanneer er een concreet fysieke leefplek is en een dragend ritme kan de ziel zich thuis voelen en komt er ruimte voor werken aan ontwikkeling. Daar begint het spannende werk van de lerende (of helpende) ontmoeting tussen zorgvrager en begeleider’.

In de beschrijving van de verhalen rond vier zorgvragers wordt geïllustreerd hoe een meerstemmig verslag een bijdrage levert aan zorg op maat maar ook aan ontwikkeling zowel  aan de kant van de zorgvrager als aan de kant van de begeleiders, ouders en organisatie.

Begeleiders, ouders en mensen uit de organisatie vertellen vanuit hun persoonlijke relatie met de zorgvrager wat zij ervaren, horen en zien. Door deze verhalen met elkaar te delen en samen te zoeken naar woorden die verbinden, ontstaat een dialoog tussen alle betrokkenen.  Op die manier komt het verhaal van de zorgvrager  steeds meer uit de schaduw, het krijgt woorden. Het verhaal dat zo ontstaat kan men zien als de weerslag van een dynamische dialoog tussen begeleiders en zorgvrager die het mogelijk maakt om van met en aan elkaar te leren.

Een mooi voorbeeld daarvan vind je terug in ontmoetingen met Remco. “Remco was altijd erg onzichtbaar, maar begint steeds meer zichtbaar te worden in wie hij is. Hierin herkent Geeske (persoonlijk begeleider) wel iets van zichzelf.  Van Remco heeft ze geleerd, dat je stil en rustig middelpunt kunt zijn en dat dit een positieve uitstraling heeft op de groep. Remco vraagt van haar , dat ze zelf niet teveel wil , maar blijft luisteren en kijken, zodat hij steeds beter tevoorschijn kan komen in wie hij is’.

In het boek wordt beschreven hoe er binnen Ilmarinen aandacht wordt geschonken aan de fysieke leefplek (werkplek) van zorgvragers en medewerkers alsook aan een  ‘gezond’ ritme van werken en ontspannen en hoe dit condities creëert voor ontmoeting en samenwerking.

Het meest interessante van dit boek is dat je er stof vindt om te reflecteren over hoe jij als coach je lerend opstelt in het co-creëren tijdens een zelfonderzoek met je cliënt.

 


Recensie:
Samen smeden

Recensie door Ad van der Hulst (organisatieadviseur) op zijn blog.

Deze twee prachtig allitererende woorden vormen de titel van een boek over een bijzondere organisatie: Ilmarinen in Groningen. In dit boek worden op een hele bijzondere manier een aantal verhalen verteld over een aantal bijzondere mensen. Wie van mensenkennis houdt en wil begrijpen hoe een organisatie ‘kleding’ vormt voor dat wat er in leeft, werkt, woont leze dit boek.

Vanuit de focus van deze blog is vooral razend interessant om te lezen hoe vanuit Ilmarinen wordt gekeken naar de werkorganisatie (in hoofdstuk 1: Context van de kunst van het zorgen). Hoewel de focus uiteraard gericht is op zorg, kan de manier van denken ook heel behulpzaam zijn voor andere organisaties die naast winstgevendheid, mensen en hun welzijn hoog in het vaandel hebben staan.

Er worden vier lagen onderscheiden:

  1. De fysieke verschijning, het gebouw, de indeling, de gebruikte materialen en kleuren. En daarbij de kroniek van de organisatie (hoe is het zo gekomen). In managementtaal hebben we het hier over de middelenkant van de organisatie.
  2. Het dragende krachtenveld van ritmes dat de levenskracht voedt. Het gaat bij Ilmarinen om dag, week en jaarritmes, klas en werkplaatsritmes. In managementtaal zouden we dit processen en procedures noemen.
  3. Dynamiek tussen licht en schaduw, tussen kunst en kunde. Hier krijgt de ontwikkeling van mensen een plek (zowel van   medewerkers als van de zorgvragers van Ilmarinen) op basis van de kernwaarden, de professionaliteit en de basis van de eerste twee lagen middelen en processen. In managementtaal noemen we deze dimensie de cultuur.
  4. Het wezenlijke van de mens in ontmoetingen,  ontwikkeling en levensloop. Hier gaat het er om de unieke potentie van ieder mens tot verschijning te laten komen. Door dit na te streven krijgt  de organisatie ook een eigen identiteit die weer doorwerkt in alle eerder  genoemde lagen. In managementtaal noemen we dit de identiteit,  de missie of het bestaansrecht van de organisatie.

Kortom: een organisatie kun je beschouwen als een gelaagde entiteit:
Laag 1: Middelen: spullen, gebouwen, materialen enz. Kortom de fabriek op zondag.
Laag 2: Processen: alles wat zich georganiseerd afspeelt in de tijd.
Laag 3: Cultuur: de manier waarop we met elkaar omgaan, dat wat we van belang achten, dat wat we kunnen en dat wat we nastreven.
Laag 4: Identiteit: Waar staan we voor, waar gaan we voor. Waarin zijn wij uniek. Het verhaal van de organisatie in het nu en … in de toekomst.

Met deze zeer korte beschrijving doe ik de mensenkenniskant van het boek zeer te kort. Lees het en maak kennis met Jade, Herman Jan, Remco en Abdessamed. Word ontroerd, lach je krom en krijg kippenvel van de prachtige beschrijvingen van deze bijzondere reisgenoten op deze planeet. Hulde aan de mensen die zo professioneel zijn dat zij hun hele mens-zijn inzetten. En hulde aan de schrijvers Gea Koren en Maria Ratering.