P002

Peinzend zit ik uit het kleine raampje van het vliegtuig te kijken. Het regent, het zicht is slecht en we staan inmiddels al anderhalf uur te wachten op een of ander afgelegen deel van de luchthaven Heathrow in Londen. Het is kort na de aanslagen op de Twin Towers en ik ben op weg naar Afghanistan. Een vriendelijke vrouwenstem heeft ons inmiddels al een keer of vijf gerustgesteld. Een bommelding zorgt voor deze vertraging, maar de politie heeft alles onder controle.

Welke grenzeloze idioot gaat er juist nu naar Afghanistan, schiet het door m’n hoofd. Het ergste is dat ik zelf ‘het brein’ achter deze reis ben. Onder politieke druk moeten we oorlogsmisdadigers opsporen en vervolgen. We hebben een mooie zaak tegen een in Nederland wonende, Afghaanse oorlogsmisdadiger. Dus gaan we op zoek naar bewijs in Afghanistan. Nog steeds peinzend over de zin of onzin van deze reis haal ik m’n schouders op, terwijl het vliegtuig na twee uur wachten langzaam richting de gate rolt.

Na 48 uur landen we uiteindelijk op de luchthaven van Islamabad in Pakistan. Alles wat fout kon gaan, ging fout. Alle aansluitingen gemist. Alternatieve routes bleken wel erg alternatief. Hangen, slapen, wachten, vliegen en landen in landen die nooit op de route gelegen hebben. Natuurlijk is m’n koffer zoekgeraakt en dus ga ik gekreukt, verfrommeld en stinkend als een bunzing, met een boek, paspoort en een portemonnee op zoek naar een taxi en hotel.

Als ik uiteindelijk onder de douche sta, laat ik de planning van de komende dagen nog eens de revue passeren. Morgen eerst maar even melden bij de ambassadeur en als het lukt overmorgen naar Afghanistan met een vlucht van de United Nations of iets dergelijks. Terwijl de plannen door m’n hoofd flitsen valt m’n oog op het zielige hoopje kleren op de grond. Plotseling realiseer ik me dat ik alleen de kleren bij me heb die ik aanhad. Eén matig poezelig broekie, één vies shirtje, één onderbroek die geen verdere uitleg meer nodig heeft en één paar sokken die de moeite van een wasbeurt eigenlijk verspeeld lijken te hebben.

Nadat ik me met een veel te klein handdoekje heb afgedroogd loop ik in m’n adamskostuum naar de telefoon op m’n kamer. Op een gammel tafeltje naast de telefoon ligt een korte toelichting in de lokaal gebruikelijke taal, Urdu. Hier en daar wordt dat verduidelijkt met wat Engelse trefwoorden. ‘Laundry dial “8”’. Ik bel de ‘wasservice’ en hoor een vriendelijke jongensstem. Het is al snel duidelijk dat we elkaar nooit zullen begrijpen. Toch neem ik de gok. ‘Tomorrow morning! I need my clean laundry tomorrow morning 7 o’clock.’ Weer hoor ik de vriendelijke jongensstem die vanaf het eerste moment ‘Yes Sir’ tegen me brult en dat ook blijft brullen. Ik merk dat ik zelf ook steeds harder ga brullen. Ik prop m’n kleren in een plastic zak waarop naast een hele serie onbegrijpelijke Arabische tekens ook het Engelse woord ‘laundry’ te lezen is. Voorzichtig doe ik in m’n nakie de deur van het hotel open en gluur door de kier de gang in. Even verderop staat een schoonmaakster me verbaasd aan te staren, terwijl ik de zak met was aan de deurknop probeer te hangen zonder daarbij zichtbaar te worden. Nogmaals bel ik de ‘laundry boy’ en brul het kamernummer naar hem en het feit dat ik m’n kleren morgenvroeg nodig heb. Zo mogelijk nog harder schreeuwt hij telkens ‘Yes Sir’ terug. Om de tien minuten sluip ik naar de deur om te controleren of de plastic tas al is verdwenen. Na drie kwartier is de tas weg. Ik slaak een zucht van opluchting en ga naar bed.

Terwijl ik langzaam weg aan het dommelen ben, groeit langzaam het besef dat ik de grootste idioot op deze aardbol ben. Ik zit in Pakistan, lig in m’n nakie in een hotel waar niemand me begrijpt en heb net m’n allerlaatste kleren weggegeven.

Verbijsterd stap ik uit m’n bed en kijk ongewild in een grote spiegel die naast m’n bed aan de muur hangt. Met verbazing kijk ik naar mezelf. Ruim honderd kilo bloot onbenul. Hoe hebben ze mij ooit unithoofd kunnen maken, flitst het door m’n hoofd. Nerveus ga ik in de kamer op zoek naar alternatieven voor het geval ik m’n kleren nooit meer terugzie. Als ik na enig speurwerk een badjas in de kast vind, springt m’n hart op van blijdschap. Even snel is dat gevoel weer de grond ingeboord. De badjas is kennelijk gemaakt voor de kleinere Pakistaan maar niet voor dat gigantische lijf van mij. De mouwtjes stoppen bij m’n ellebogen en als ik hem dicht wil knopen is alleen de achterkant van m’n lichaam bedekt. Ondanks dat ik me realiseer dat het kansloos is, probeer ik hem in een ultieme poging nog omgekeerd aan te trekken. Het effect is zo mogelijk nog dramatischer. Het enige alternatief is het kleine en veel te doorzichtige laken op bed.

De nacht gaat voorbij. De dag komt. Vol spanning luister ik naar elk geluid in de buurt van m’n deur. Het wordt zeven uur, acht uur, half negen… Ik heb inmiddels al zo’n keer of tien heen en weer gebruld met m’n persoonlijke vriend, de ‘laundry boy’. Ik ben ook zeker al tien keer naar de gangdeur geslopen om voorzichtig te checken of er iets aan de deurknop hangt. Langzaam maar zeker groeit binnen in me de overtuiging dat ik m’n kleren nooit meer terug zal zien. Dan wordt er op de deur geklopt. M’n hart bonst in m’n keel. Ik sla het kleine doorzichtige laken om m’n middel en ga gekleed als een mislukte sumoworstelaar naar de deur. Voorzichtig doe ik hem open en gluur door de kier. Aan het eind zie ik een vriendelijk lachende jongen weglopen. Als hij omkijkt, knikt hij nog een keer extra naar me en roept: ‘Yes Sir… Bye Sir’. Ik kijk naar de knop van de deur en daar hangt m’n plastic zak weer. Als ik weer opkijk om m’n redder te bedanken is hij verdwenen.

Ik kijk weer in de spiegel en glimlach.

Samenvatting

De hoofdpersoon in dit verhaal organiseert, gedreven door de passie voor zijn werk, een risicovolle reis naar het buitenland. Doordat er van alles misgaat, komt hij in een netelige situatie terecht. Hij kan niet anders dan afwachten en vertrouwen op een ander.

Reflectievragen

Hoe heb jij de wereld bereisd voor je werk?
In welke situaties kwam jij terecht?
Welke risico’s neem jij vanuit je passie voor het werk?
Ken jij de situatie dat je de regie kwijtraakt?
Ken je situaties waarin je door externe factoren uit je levensroutine wordt geslagen?
Hoe hervind je dan je levenskunst?

 

Wij zien dat in dit verhaal verschillende thema’s opduiken. Welke zie jij?
Wij pikken er het thema afhankelijkheid uit.
Hoe ga jij om met afhankelijkheidssituaties die van buitenaf komen?
(In dit verhaal de externe factoren die tot de vertraging leiden)
Hoe ga jij om met afhankelijkheidssituaties die van binnenuit komen?
(In dit verhaal de wens om de ambassadeur representatief tegemoet te treden of de behoefte aan een schone onderbroek)

 

Wij vragen ons af of er ook andere oplossingen mogelijk waren.
Heb je het gevoel dat de verteller andere alternatieven overwogen heeft?
Ken je van jezelf dat je zo klem zit, dat je niet meer de tijd neemt om naar andere alternatieven te kijken?