(werkverhaal met leerkansen van een hoofdagent van de Haagse politie)

We worden door de meldkamer gestuurd naar de Zoutkeetsingel, alwaar een mevrouw stemmen uit de muur hoort komen. Mijn leermeester, de door de wol geverfde hoofdagent, zucht. ‘Twort zeikâh pik. Het is weear volle maan…’

De kleine benedenwoning staat stampvol protserige meubeltjes. Voor de ramen kanten gordijnen met een gouden rand en afgezet met rouches. Het schilderij van het huilende zigeunerjongetje in eikenhouten lijst, hangt boven de bank met pluche paarse kussens. ‘Wat is r an de hand mevrâuwtje,’ spreekt de hoofdagent op vriendelijke toon.

‘Ur koume allemaal stemme ùit de muuâhr agent en dat mot ech stoppe. Ik ken ur nie van slape en ik mot dinge van ze doen en dat wil ik nie…’
De schriele Haagse dame kijkt angstig en hoopvol naar de hoofdagent. ‘U hep vedaag geluk mevroâhtje. We hebbe net een nieuwe déneutralisator in gebrùik tege stemme ùit de muuâhr…’

De hoofdagent laat de vrouw trots zijn grote Motorola portofoon zien. ‘Deize déneutralisator wèis preisies an waahr de stemme zitte en met deeize stemmencrème leg ik ze drie maande ut zwèige op.’

Tot mijn verbazing pakt de hoofdagent het grote gele vetkrijt uit zijn zak, normaliter bestemd om voertuigen bij aanrijdingen mee af te tekenen. ‘Looup u maahr met mei meeh en wèijs me maahr an as u wat hoâhrt…’ Om het geheel wat geloofwaardiger te maken, draait de hoofdagent zijn pet achterstevoren. Op zijn tenen loopt hij door de woonkamer, daarbij zachtjes gevolgd door de Haagse dame. ‘Daahr,’ schreeuwt het oude schriele dametje en wijst met haar gerimpelde hand naar een plek op de muur. De hoofdagent houdt de portofoon tegen de muur en drukt op de squelch-knop. De portofoon begint luid te ruisen. ‘U heb heilemaal gelèijk mevrouâhwtje, dit apparaat lieg nie…’ De hoofdagent pakt zijn vetkrijt en tekent een dikke vette cirkel op het behang.

‘Zau, die zwègt voâhrlaupig wel effe, mevrouâhwtje, waahr zit de volgende??’

Opnieuw lopen beiden op hun tenen door de woonkamer. Het oude dametje raakt helemaal overtuigd van de werking van de deneutralisator en na twintig minuten is de hele woning voorzien van enorme gele cirkels op de muren. Van waar ik sta tel ik er al tien. Ook de huilende zigeunerjongen is tot zwijgen gebracht. Om de eikenhouten lijst staat nu een enorme vette cirkel nadat de portofoon luid gillend tegen de muur gehouden is.

Terug bij het startpunt zet de hoofdagent zijn pet weer recht en kijkt de dame aan.
‘Ut werk een maand of drie mevrouâhwtje, dus zodra u weâhr stemme hoâhrt mot u maahr belle naahr ut berauo en vraag u maahr naah men.’

De dame bedankt de hoofdagent hartelijk voor zijn hulp. Exact drie maanden later gaat de telefoon over bij de wachtcommandant. Het is onze schriele oude Haagse dame. De stemmen beginnen weer en ze vraagt naar die aardige hoofdagent en zijn deneutralisator.

Reflectie

Samenvatting
De verteller vertelt hoe hij met verwondering toekijkt hoe zijn leermeester al zijn creativiteit en begrip aanwendt om een vrouw die overstuur is te kalmeren.

Kampvuurtje[1]
Het kampvuurtje is een andere vorm van verwerken van het verhaal. Op die manier kun je een verhaal ook tot een leerverhaal maken. Dat kan door dicht bij het verhaal te blijven of door het een tweede leven te geven in het kader van een ander doel. In ons geval hebben we dit verhaal bewerkt volgens deze methodiek in het kader van ons boek ‘Zwarte koffie sterke verhalen – 101 politieverhalen, 1001 leerkansen’.

Drie collega’s praten na over de voors en tegens van het handelen van deze hoofdagent.

Ayse Wat vind jij van dit verhaal?
Boris Ik ben diep onder de indruk. Wat een creativiteit en liefdevolle menselijkheid. Mevrouw voelt zich helemaal begrepen, gerustgesteld en erkend.
Cor Dat is misschien wel waar maar drijft hij ook niet stilletjes de spot met haar? Die grote gele kruizen en cirkels blijven wel echt in haar kamer staan als hij allang vertrokken is. Noem jij dat liefdevol?
Boris Ja, want… (wat zou jij, lezer, aanvullen?) Ik niet, want… (wat zou jij, lezer, aanvullen?)
Ayse In beide standpunten zit wat waarin ik mee kan gaan. Wat ik me echter ook afvraag is, zoals jij zegt Cor, dat de kruisen blijven staan en wat de gevolgen daarvan zijn voor mevrouw. Maar ook wat zijn mogelijk andere gevolgen? Wordt mevrouw afhankelijk van deze ene hoofdagent? En willen we dat?
Boris Natuurlijk niet. Ik begin al pratend met jullie ook kansen te zien voor een vervolg. De hoofdagent kan wat mij betreft hetzelfde doen. Hij zou volgens mij nog effectiever zijn als hij ook meteen contact legt met de buurtwerker, de woningbouwvereniging, de arts, etc.
Cor En wat mij betreft zou een teamdiscussie over professionele levenskunst de eerstvolgende keer op de agenda van het werkoverleg mogen.
Ayse Wat bedoel je daarmee?
Cor Dat ik het jammer zou vinden als de professionele creativiteit aan banden zou worden gelegd door ‘platte’ regels. Het gaat hier namelijk niet om regels maar over uitgangspunten en achterliggende waarden. Dáár zou ik het gesprek in het team over willen hebben.

Reflectievragen

Als je dit vergelijkt met het verhaal Toeval op deze site welke kleurverschillen zie je dan in het creatieve optreden?
Wat is in dit soort gevallen het belang van multidisciplinair werken?

[1] De lantaarnpaal en het kampvuurtje zijn metaforen die geïntroduceerd zijn door Harry Kunneman. De kampvuurtjes staan voor de kant van de leefwereld, waar het gaat om existentiële thema’s. Daar tegenover staan de lantaarnpalen voor de wereld van de strategie, het beleid (de systeemwereld).